Bewaarplicht voor verkeers- en locatiegegevens uit wetsvoorstel

internetten

Het wetsvoorstel voor een nieuwe bewaarplicht voor internet- en telecomproviders wordt aangepast. De bewaarplicht gaat alleen betrekking hebben op gebruikersgegevens, waaruit blijkt wie op welk moment van welk IP-adres gebruik heeft gemaakt. Verkeers- en locatiegegevens worden niet bewaard. Verkeersgegevens zijn gegevens die worden verwerkt voor het overbrengen van communicatie, zoals datum, tijdstip en duur van communicatie. Locatiegegevens zijn gegevens waarmee de geografische positie van apparatuur en daarmee een gebruiker kan worden achterhaald.

Dit meldt minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer. Het aanpassen van het wetsvoorstel, dat in september 2016 naar de Tweede Kamer werd gestuurd, volgt op een oordeel van het Europees Hof van Justitie in december 2016. Het Hof stelde toen dat het opslaan van gegevens om ernstige misdrijven te kunnen bestrijden is toegestaan, maar dit niet mag leiden tot het massaal opslaan van gegevens van gebruikers. Het wetsvoorstel dat in september 2016 naar de Tweede kamer heeft gestuurd legt providers echter niet alleen de verplichting op gebruikersgegevens te bewaren, maar ook verkeers- en locatiegegevens. Door de uitspraak van het Europees Hof ziet minister Grapperhaus zich nu genoodzaakt dit wetsvoorstel aan te passen.

Alleen gebruikersgegevens bewaren

"Mijn belangrijkste conclusie is dat als gevolg van het arrest van het Hof het wetsvoorstel Aanpassing bewaarplicht telecommunicatiegegevens ingrijpend dient te worden aangepast. Ik zal een nota van wijziging in voorbereiding nemen die er in de eerste plaats toe strekt dat de in het wetsvoorstel opgenomen verplichting tot het bewaren van verkeers- en locatiegegevens wordt beperkt tot een aangepaste regeling met betrekking tot uitsluitend gebruikersgegevens, die zal bestaan uit een verplichting voor aanbieders van openbare telecommunicatiediensten tot het beschikbaar houden van dergelijke gegevens om te kunnen voldoen aan een vordering op grond van het Wetboek van Strafvordering tot het herleiden van een gebruiker van een telecommunicatiedienst of netwerk op een bepaald tijdstip", schrijft minister Grapperhaus in de brief.

"Het kunnen beschikken over gebruikersgegevens is van cruciaal belang voor de opsporing en vervolging van ernstige strafbare feiten, in het bijzonder strafbare feiten waarbij gebruik wordt gemaakt van het internet, en waarbij het IP-adres in de regel het enige spoor voor de opsporing vormt. Dit is in een groeiend aantal zaken aan de orde, denk bijvoorbeeld aan de meeste cyberdelicten, waaronder ransomware, ddos-aanvallen en banking malware, maar in het bijzonder ook bij kinderpornografie en grooming. Voorts kennen ook klassieke delicten steeds vaker een digitale component, zoals fraude op internet en grootschalige online handel in wapens en illegale goederen via darkweb, maar ook ernstige bedreigingen en online misbruik van seksueel beeldmateriaal, zoals bij zogenoemde wraakporno. Met de voortschrijdende digitalisering neemt de urgentie hiervan alleen maar toe."

'Strafbare feiten blijven onbestraft'

De minister wijst erop dat ernstige strafbare feiten zoals kinderpornografie en ander seksueel misbruik via internet onbestraft blijven doordat IP-adressen of telefoonnummers niet kunnen worden herleid naar individuele gebruikers. "De samenleving verwacht van de overheid dat deze optreedt tegen ernstige normschendingen en slachtoffers beschermt, maar het gebruik van digitale middelen maakt dit op dit moment echter vrijwel onmogelijk. Vanuit het oogpunt van de bescherming van burgers tegen ernstige criminaliteit acht ik dit niet aanvaardbaar. Effectieve mogelijkheden tot het identificeren van de gebruiker van een communicatiedienst zijn nodig om te voorkomen dat het internet een vrijplaats wordt voor de plegers van deze feiten", schrijft de minister. Wel erkent Grapperhaus dat waarborgen nodig zijn om burgers te beschermen tegen disproportionele of anderszins onrechtmatige aantasting van hun grondrechten en in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Lees ook
Merendeel van Nederlanders gelooft niet meer in volledige privacy in digitale tijdperk

Merendeel van Nederlanders gelooft niet meer in volledige privacy in digitale tijdperk

Ondanks alle ophef over vele dataschandalen meent 57 procent van de Nederlandse internetgebruikers dat volledige privacy in het huidige digitale tijdperk onmogelijk is. Dit blijkt uit nieuw internationaal onderzoek van Kaspersky Lab. Wat verder opvalt, is dat 32 procent van de consumenten geld accepteert in ruil voor toegang van volstrekt onbekenden...

Facebook beperkt toegang van ontwikkelaars tot gebruikersdata

Facebook beperkt toegang van ontwikkelaars tot gebruikersdata

Facebook gaat de toegang van ontwikkelaars tot informatie van gebruikers verder beperken. Ontwikkelaars krijgen niet alleen standaard toegang tot minder data, maar verliezen deze toegang ook indien mensen hun app langer dan drie maanden niet gebruiken. Wie toegang wil krijgen tot meer gedetailleerde informatie, heeft hiervoor toestemming van Facebook...

Ondernemers overwegend tevreden met aanpassingen privacywet

Ondernemers overwegend tevreden met aanpassingen privacywet

MKB-Nederland en VNO-NCW zijn tevreden over de wijzigingen en toevoegingen van de Tweede Kamer aan de nieuwe privacywet. De twee ondernemersorganisaties hadden in de aanloop naar de stemming door de Tweede Kamer over deze zogenoemde Uitvoeringswet AVG (UAVG) op deze wijzigingen aangedrongen. De UAVG is de uitwerking van de Europese privacywet AVG die...